Ons onderwijs: zo doen we ‘t!

De kleuterklas

De kleuterklas ademt een sfeer van geborgenheid. Het speelgoed is veelal van
natuurlijke materialen en stimuleert de fantasie: lappen, rekken, planken, poppen, kabouters, blokken, steentjes etc.

In het dagelijkse ochtendspel neemt juf of meester de kinderen mee in activiteit en beleving. Het is een spel vol beweging, zang, rijm, maat en ritme. Het thema heeft doorgaans het natuurgebeuren in de seizoenen als uitgangspunt. Ook de jaarfeesten worden spelend ingeleid en voorbereid:

Moeder aarde die in het vroege voorjaar haar wortelkindertjes wekt, de paashaas die samen met de lentefee komt, kabouters en dieren die in het herfstbos hun wintervoorraad verzamelen, Koning Winter die streng regeert... alles wordt bewegend en spelend beleefd.

 

In het vrije spel later op de dag is de kleuterleerkracht terughoudend aanwezig. Zij neemt de kinderen waar, geeft zo nodig een aanzet tot een nieuwe spelimpuls of begrenst het spel waar het kind zelf geen grenzen kent.

Elke dag van de week heeft daarnaast een vaste activiteit. Dat kan zijn tekenen, schilderen, boetseren, knutselen, brood bakken en dergelijke.

In de sprookjes en verhalen tenslotte, die de kleuterleerkracht dagelijks vertelt, ontmoet het kind zijn leefwereld weer op een andere manier.

In de kleutergroep (groep 1 en 2) zitten vier, vijf en zesjarigen bij elkaar. Want de kleintjes leren zo van de oudere kleuters en de oudere kinderen leren rekening te houden met en te zorgen voor de kleintjes. De kinderen hebben dezelfde schooltijden. In de tweede helft van het schooljaar is er voor de kinderen van groep 2 meer structurele aandacht voor de ontwikkeling van leervoorwaarden die nodig zijn om goed in groep 3 te kunnen starten. In de laatste weken zullen zij regelmatig samen werken om elkaar vast een beetje te leren kennen.

De onderbouw – groep 6 t/m 8

Vanaf groep 3 vormen de zes- of zevenjarige kinderen een vaste groep, die in principe tot het einde van de basisschool bijeen blijft.

De groepsleraar

De kinderen blijven gedurende meerdere jaren onder de hoede van dezelfde groepsleerkracht.

Zo leert de leraar de ontwikkeling van de klas en de kinderen diepgaander kennen en kan hij daarop inspelen in zijn onderwijs. Ons onderwijs wil daarmee onderwijs zijn dat ontstaat in de ontmoeting tussen leraar en kinderen.

Warmte, enthousiasme, inzet, betrokkenheid, plichtsgevoel, doorzettingsvermogen, dankbaarheid, respect en eerbied zijn kwaliteiten, die in het leven van onschatbare waarde zijn en die je leert van de mensen om je heen, thuis en op school. Als een kind op school ervaart, dat zijn meester of juf zich inspant, zoekt naar de juiste lesstof en naar zinvolle werkvormen, als het ziet dat de leraar enthousiast en gemotiveerd aan het werk is, zijn leerlingen "ziet" en erop inspeelt, dan krijgt het kind ook op deze wijze iets waardevols mee voor het leven.

Meerdere leraren in een groep

De meeste groepen hebben, naast de groepsleerkracht, een andere leerkracht, die de lessen verzorgt tijdens verlofdagen van de groepsleerkracht. Er vindt afstemming plaats over de lesstof.

Ook worden vaklessen soms gegeven door een leraar die een speciale binding heeft met een bepaald vak. Zo vullen leraren elkaar aan in hun kwaliteiten en komt de groep kinderen in het lerarenteam breder in beeld.

De kinderen

In alle groepen zitten kinderen met verschillende temperamenten, talenten en achtergronden. De klas wordt gezien als een oefenplaats om de talenten te ontplooien, om de moed te ontwikkelen ze te tonen en ze te delen met andere kinderen. Daarmee is het ook een oefenplaats om respectvol te leren omgaan met alle verschillen. Kinderen, die op bepaalde gebieden meer- of minderbegaafd zijn, blijven deel van de sociale groep en worden hierbinnen zoveel mogelijk gestimuleerd, begeleid en geholpen.

Periode-onderwijs

De groepsleraar geeft de eerste uren van de dag periode-onderwijs. Hierin wordt gedurende drie of vier weken hetzelfde vak gegeven. Vaak ligt hier de eerste kennismaking met nieuwe leerstof. Dagelijks bouwt de leraar voort op het voorafgaande, waardoor diep op de stof kan worden ingegaan en de kinderen zich ermee kunnen verbinden. Gevoelens van leergierigheid, vreugde en verrassing zijn hiermee verbonden. Omdat in elke periode weer een ander schoolvak centraal staat krijgt de nieuwe leerstof de kans tussentijds te "bezinken".

De groepsleraren ontwerpen zelf de lessen voor het periodeonderwijs, waarbij het vrijeschool-werkplan "Ik zie rond in de wereld..." als leidraad geldt.

In de periodeschriften werken de kinderen de lesstof uit. Op deze wijze maken zij voor de periodestof hun eigen "boek".

In de loop van de onderbouw worden de volgende vakgebieden als periodeonderwijs gegeven:

  • Nederlandse taal
  • plantkunde
  • rekenen/wiskunde
  • menskunde
  • leefomgeving
  • mineralogie
  • aardrijkskunde
  • meetkunde
  • geschiedenis
  • natuurkunde
  • dierkunde

Vertelstof

In aansluiting op de leeftijd van kinderen loopt de vertelstof als een rode draad door de klassen heen. Hier wordt in sprookjes, mythen en historische verhalen iets overgedragen uit ons cultureel erfgoed.

Veel van deze verhalen vertellen ons in rijke beelden iets over de ontwikkelingsweg van mens en mensheid en daarmee ook die van de kinderen. Per schooljaar past de vertelstof zich aan bij de leeftijdsfase van de kinderen met in:

  • groep 1 - 3 sprookjes
  • groep 4 fabels en heiligenlegenden
  • groep 5 het Oude Testament
  • groep 6 Noors-Germaanse mythologie
  • groep 7 Griekse mythologie en geschiedenis van de oude culturen (India, Perzië, Babylonië, Egypte en Griekenland)
  • groep 8 Romeinse mythologie, geschiedenis van de Romeinse cultuur en middeleeuwse verhalen

Oefenuren

Oefenuren zijn bedoeld om vaardigheden, die kinderen door regelmatige oefening onder de knie gaan krijgen, meer systematisch in te oefenen. Het gaat hierbij om vaardigheden op het gebied van lezen, spellen en rekenen. Hiervoor wordt onder andere gebruik gemaakt van bestaande leer- en werkboeken.

Vaklessen

De kunstvakken, vreemde talen, verkeer, tuinbouw en gymnastiek worden over het algemeen in wekelijks terugkerende uren gegeven.

In de kunstvakken wordt kinderen geleerd op een andere manier naar de wereld en naar zichzelf te kijken. Kunst is hierbij niet alleen bedoeld als versiering, maar als een manier waarop je vorm kunt geven aan de dingen.

Bij de kunstvakken gaat het om:

  • tekenen
  • handwerken
  • schilderen
  • toneel
  • vormtekenen
  • muziek
  • boetseren
  • euritmie
  • handenarbeid

In de muziekles wordt ook gespeeld op de bamboefluit. Deze fluiten worden in groep 4 of 5 door de kinderen met hulp van ouders en leraren gebouwd.

Euritmie is een bewegingskunst, waarin de kinderen taal en muziek via gebaren en beweging leren ervaren. Euritmie ondersteunt de gehele ontwikkeling van het kind en sluit aan bij de verschillende vakken die op onze school gegeven worden. Euritmie wordt gegeven door een gediplomeerde euritmieleerkracht.

De vaklessen Engels en Duits worden bij ons op school vanaf groep 3 spelenderwijs aangeboden. Zo raken de kinderen al jong vertrouwd met die taalklanken.

De overige vaklessen zijn: verkeer in elk leerjaar, tuinbouw in groep 7 of 8, speltijd in groep 3 en 4 en gymnastiek vanaf groep 5. In de speltijd staan vooral de kring-, zang- en bewegingsspelen centraal.

Bewegen, beleven, verwerken

Op onze school gaat het er beweeglijk aan toe. In de rekenles zijn handen en voeten net zo actief als het hoofd. Bij taal wordt, behalve lezen en schrijven, ook getekend, gezongen en toneel gespeeld. Er zijn natuurlijk ook veel stille momenten: in het beschouwelijke deel van de les, tijdens verhalen en tijdens het zelfstandig werken. Dan kan de beweging tot rust komen en als leerervaring beklijven.

Steeds gaat het erom de leerstof bij de kinderen tot leven te brengen en daarmee tot beleven. Wat tot beleven is gebracht kan bezinken in het gevoel en wordt zo in het kind verankerd.

Kerndoelen

Het leerplan van de school voldoet volledig aan de door de overheid vastgestelde kerndoelen.

Groepenpresentatie

Regelmatig laten de klassen aan elkaar zien waar zij in de lessen gezamenlijk aan gewerkt hebben. Dit gebeurt tijdens de groepenpresentaties en de toneeluitvoeringen.

Ouders en belangstellenden zijn hierbij welkom. De data van de groepenpresentaties zijn opgenomen in het activiteitenoverzicht. Toneeluitvoeringen worden via het weekbericht en affiches bekend gemaakt.

Computer

De computer speelt als lesmateriaal op onze school een relatief kleine rol. In de lagere groepen geven wij voor het verwerven en verwerken van leerstof de voorkeur aan leeractiviteiten waarbij zij zo volledig mogelijk met hoofd, hart en handen betrokken zijn. Soms wordt de computer gebruikt als hulpmiddel bij kinderen die specifieke oefening nodig hebben voor bijvoorbeeld rekenen en taal.

Vanaf groep 6 wordt de computer door de kinderen meer gebruikt in het onderwijsleerproces (als tekstverwerker, voor werkstukken en projecten). In het periodeonderwijs heeft het eigen (hand)schrift en de fantasierijke kunstzinnige verwerking de voorkeur.

Scroll naar top